Gemeente Den Haag zet moeders in tegen radicalisering

Bericht geplaatst op 14 juli 2016  

Met het nieuwe project Oumnia Works, dat donderdagmiddag in de Haagse Schilderswijk is gepresenteerd, zet de gemeente Den Haag moeders in als wapen tegen radicalisering.

Door: Janny Groen 14 juli 2016, 21:11 (de Volkskrant)

De Volkskrant

Moeders voelen vaak aan dat hun kinderen radicaliseren. Ze hebben ‘een onderbuikgevoel’, maar komen meestal niet in actie. Als hun kind naar Syrië afreist of wordt gearresteerd voor een misdrijf met terroristisch oogmerk, blijven ze achter met de wanhoopskreet ‘had ik maar…’.

De gemeente Den Haag heeft die moederlijke passiviteit doorbroken met het project Oumnia Works, dat donderdagmiddag is gepresenteerd in de Haagse Schilderswijk. ‘Door de juiste snaar te raken kunnen moeders worden ingezet als krachtig instrument in de strijd tegen radicalisering en terrorisme’, zegt Yvette Westerveld, plaatsvervangend directeur Veiligheid van de gemeente. ‘Speerpunt in onze aanpak van jihadisme is de verhoging van maatschappelijke weerbaarheid. Die kan niet van bovenaf worden opgelegd, maar moet uit de stad zelf komen.’

Daartoe heeft de gemeente bewoners opgeroepen met initiatieven te komen. Karima Sahla, een moeder uit de Schilderswijk die sinds 2005 familieleden van radicaliserende jongeren bijstaat, meldde zich met Oumnia Works. (Oumnia betekent hoop in het Arabisch, oum moeder). Doel van het project ‘voor en door moeders’ is vrouwen bewust te maken van de risico’s die hun kinderen lopen. Het gaat uit van de belevingswereld van moslimmoeders zelf. Die worstelen vaak met de puberteit van hun kinderen, hun identiteitscrisis, de andere belevenis van religie. Als ‘de onderbuik broeit’ trekken die moeders niet aan de bel, uit angst vaak dat hun kinderen uit huis worden geplaatst.

Doordat moeders onderling met elkaar in gesprek gaan, kunnen we dat taboe makkelijker doorbreken

Karima Sahla

De afgelopen maanden hebben zo’n 150 Haagse moeders het programma doorlopen. Het project is geëvalueerd en overgenomen door het Rijksopleidingsinstituut Radicalisering (ROR), een samenwerkingsverband van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en het opleidingsinstituut Dienst Justitiële Inrichtingen. Na de zomer wordt het ook in andere gemeenten uitgerold.

‘Had ik maar, dat hoorde ik al in 2005. In 2013, toen de eerste golf Haagse jongeren naar Syrië uitreisde, hoorde ik het weer’, zegt Sahla. Het taboe op het onderwerp radicalisering verlamde de gemeenschap. Sahla: ‘Doordat moeders onderling met elkaar in gesprek gaan, kunnen we dat taboe makkelijker doorbreken.’ Cruciaal is dat niet met de deur in huis wordt gevallen. Als de gemeente binnenkomt met ‘we gaan het over radicalisering van uw kinderen hebben’, klappen de ouders dicht.

Als een kind de IS-gruwelen verheerlijkt, kan niet worden volstaan met een berisping

Karima Sahla

IJsbreker
Om het ijs te breken, beginnen de in totaal zeven sessies met voordrachten van de actrice Anita Polman. Die, hoofddoek om, verhalen voordraagt die zijn gebaseerd op ware gebeurtenissen. Zo speelt ze een moeder die haar dochter langzaam ziet veranderen, van een leergierige leerlinge in een vrome, gesloten oester. De school raadt haar aan met haar dochter te spreken. Ze doet niets, denkt alleen ‘ze weten het, ze praten erover achter mijn rug.’ De moeder ziet dat de dochter zich steeds meer van het gezin losmaakt. Ze gaat een nikab dragen, trekt zwarte handschoentjes aan. De moeder weet zich geen raad: ‘Met wie moet ik praten? Ik vertrouw op Allah, dan komt alles goed.’ Niet dus. De dochter vertrekt naar het kalifaat.

Sahla: ‘We hameren er voortdurend op dat de moeders het gesprek aangaan met hun kinderen. Dat is niet altijd even makkelijk. Als een kind de IS-gruwelen verheerlijkt, kan niet worden volstaan met een berisping. Moeders moeten erachter zien te komen waarom hun kind zo reageert.’

Rollenspellen
De moeders zelf wordt ook een spiegel voorgehouden, in de vorm van rollenspellen. Sahla: ‘Vlak na de aanslagen in Parijs speelde we een moeder na, en dit is echt gebeurd, die kijkend naar de televisie uitriep: “eigen schuld, dikke bult, jullie doen dit ook in Syrië en Irak”. In het bijzijn van haar kinderen.’

Zo’n moeder, zegt Sahla, heeft geen idee wat voor effect zo’n emotionele opmerking kan hebben op haar kind. ‘Dat kan zich buiten op straat of op school net zo gaan uiten en op termijn radicaliseren.’

Oumnia Works is niet alleen bedoeld om de jihadgang tegen te gaan. Vanuit Den Haag zijn tussen september 2015 en maart 2016 nog maar vijf jongeren naar Syrië of Irak vertrokken. Even belangrijk vindt Den Haag dat het vervreemdingsproces wordt afgeremd en dat wordt voorkomen dat steeds meer moslimjongeren zich van de samenleving afsluiten.

De gemeente werkt, gebaseerd op Oumnia Works, inmiddels ook aan een project voor moslimvaders.